< Terug
Monitor Amateurkunst - factsheet 2010
Voor de tweede keer op rij brengt Kunstfactor de factsheet Amateurkunst in Nederland uit. In 2009 komt Kunstfactor voor het eerst met de factsheet op de markt. Cijfers over amateurkunstbeoefening - kengetallen die voor de sector van belang zijn – hebben we uitgebreid weergegeven in de rapportage 'Amateurkunst – de feiten'. Een samenvatting van de belangrijkste cijfers hebben we bijeengebracht in een handig inlegvel dat in de rapportage ingestoken is: Factsheet – Amateurkunst in Nederland 2009.
Net als in 2009 laat de factsheet van 2010 interessante cijfers zien over het aandeel van amateurkunstenaars in de Nederlandse bevolking. Daarnaast geeft het inzicht in het profiel van amateurkunstenaars: aantallen mannen en vrouwen, leeftijdsopbouw, opleidingsniveau, lidmaatschap, lessen en inschrijvingen, tijdbesteding, regiospreiding en de gemiddelde uitgave per beoefenaar die meer dan nul euro per jaar uitgeeft. Aansluitend bij internationaal onderzoek hebben we zang en instrumentaal samengevoegd tot muziek. Dat maakt dat voor deze discipline de vergelijking met 2009 niet 1 op 1 te maken is.
Stijgers en dalers in amateurkunst zien we bij een eerste vergelijking van de cijfers opdoemen. Dans en nieuwe media zijn stijgers: het aandeel dansers stijgt van 12 naar 15% en van Nieuwe media-beoefenaars van 14 naar 16%. Creatieve schrijvers en theaterspelers dalen elk met 1%. Hiernaast zien we dat amateurkunstenaars in 2010 meer tijd besteden aan hun kunst: het deel dat meer dan 50 minuten per week aan de kunst besteedt groeit van 49 % naar 57 %, een relatieve toename van 16 %.
Maar wat tamelijk opvallend daalt, is het percentage amateurkunstenaars dat lessen of cursussen volgt, lid is van een club of vereniging of ingeschreven staat bij een kunstinstelling. Hebben we in 2009 nog een aandeel van respectievelijk 24%, 24% en 16%, in 2010 is dit veranderd in 15%, 15% en 8%.
De leeftijdsopbouw van amateurkunstenaars blijft redelijk stabiel. Het grootste aandeel wordt nog steeds gevormd door de categorie 35-49 jarigen. Bij de verdeling over de regio's is sprake van een lichte afname in de 4 grote steden en het zuiden ten gunste van een lichte toename in de overige delen van ons land.
In 2011 volgt de derde meting van amateurkunst in Nederland met daaraan verbonden een uitgebreide analyse en publicatie van de cijfers.