< Terug
Handleiding publieksonderzoek culturele instellingen/ Harry Ganzeboom en Letty RanshuysenAmsterdam : Boekmanstichting, 1994 Auteur: GANZEBOOM, HARRY B.G.; RANSHUYSEN, LETTY; BOEKMANSTICHTING Veel culturele instellingen proberen hun publieksbereik te vergroten. Om publiek te trekken - en te behouden - moet men bekend zijn met de verwachtingen en voorkeuren van het publiek, met de ervaringen die het tijdens het bezoek opdoet en met de effecten van de gehanteerde publiciteitskanalen. Daarom zijn veel instellingen in het verleden overgegaan tot het uitvoeren van publieksonderzoek. Deze onderzoeken lopen sterk uiteen in omvang, reikwijdte, relevantie en kwaliteit. Een groot deel wordt gekenmerkt door een oncontroleerbare of amateuristische opzet. Bij elk onderzoek worden de gegevens op een verschillende manier verzameld, waardoor de diverse onderzoeksresultaten moeilijk te vergelijken zijn. Bovendien verdwijnen veel onderzoeksrapporten in de bureaulade van de directies, omdat die de onderzoeksresultaten niet kunnen omzetten in beleid. Een en ander komt doordat het onderzoek veelal in handen is van personen die weinig tot geen ervaring hebben en over geringe middelen beschikken. Niet zelden vormt publieksonderzoek onderdeel van een stage of wordt het gedaan door medewerkers die hiertoe niet zijn opgeleid. Trefwoord: cultuurparticipatie, publiek (toeschouwers), mediawijsheid Taal: Nederlands Rubriek: Algemeen, cultuurparticipatie |
|
|
|